Geachte heer Kerkhof, beste Peter,
Elf jaar geleden alweer maakte een intelligente jonge mevrouw, wier naam ik helaas ben vergeten, bij ons bureau een scriptie. Ze deed onderzoek naar de effecten van branded content in een vers tv-programma op het toen net gestarte Net5.
Net5 zou in die tijd een soort commerciële VPRO worden, wat je nu niet meer zou zeggen (media-exploitanten zijn opportunistisch, maar dat zal u niet zijn ontgaan).
Wij maakten ongeveer tien afleveringen en diverse merken wilden hun commerciële boodschap in een redactioneel jasje verpakken in dat beursprogramma. Na een kleine drie maanden waren wij klaar met het programma, hadden de boel geëvalueerd en vele nuttige conclusies getrokken. Zo niet onze communicatiewetenschapper in wording. Zij schreef honderden pagina’s vol over zoiets praktisch als een item in een tv-programma. Zij begreep ons niet, wij begrepen haar niet. U weet wel: de beroemde kloof tussen wetenschap en praktijk.
Nu las ik in Adformatie een interview met u, van de hand van Roderick Mirande. En hetzelfde gevoel als elf jaar geleden bekroop me onmiddellijk. Volgens mij begrijpen we elkaar niet goed. Het interview opende nogal onverschillig, maar dat is een wellicht onterechte observatie, dat kan ook aan de manier van opschrijven liggen. Maar ik val – laat ik het eerlijk zeggen – over uw antwoorden op de openingsvragen.
Roderick vraagt iets over definities en nee, daar hoeft wat u betreft niets aan te veranderen. Customer media is prima zo.
Dan volgt de vraag of u vindt dat branded content op tv ook tot uw vakgebied en dus onderzoeksgebied moet worden gerekend. U antwoordt, letterlijk: ‘Nee, dat is niet het eerste waar ik aan denk. Omdat je redactionele content daar niet in terug vindt.’
Een paar honderd miljoen euro besteden adverteerders aan branded content op televisie en onze nieuwe hoogleraar is het nog niet opgevallen. Ik denk dat Roderick even moest slikken. Ik in elk geval wel.
Hoezo, geen redactionele content?
U wekt de indruk dat u de afgelopen vijftien jaar niet naar de commerciële zenders, goed voor zestig procent marktaandeel in Nederland, hebt gekeken.
Om Lennart Pijnenborg, collega van IDTV, te citeren: ‘Er is op de commerciële zenders geen sprake meer van gesponsorde of ongesponsorde televisie. Commerciële televisie IS gesponsorde televisie. Alle programma’s zijn in mindere of meerdere mate branded content-concepten. Kijk een paar dagen televisie en u weet het.’
Uw collega Eva van Reijmersdal heeft inmiddels via onderzoek aangetoond dat branded content goed werkt. Zeker in special interest-programma’s. In gewone mensen-taal: bij een amusementsprogramma een merk als Rexona incorporeren zal heel effectief zijn, maar die vorm ligt dichter bij advertising. Bij een redactionele (uitleg)scène met een boormachine in een klusprogramma ervaart de kijker de kijker de informatie als prettig en nuttig.
In beide gevallen is sprake van branded content.
Alleen bij de tweede situatie is het jasje duidelijk een stuk redactioneler. Een stap verder is het creëren van een volledig eigen branded content-concept. Zoals Nutricia met Moeders van Nu op SBS6, Dela (binnenkort) met Het Familieportret op RTL4, Centraal Beheer Achmea met ‘Een dubbeltje op zijn kant in bedrijf’ op RTL4 en Vacansoleil met CampingLife op RTL4.
Programma’s die zijn ontstaan vanuit de waarden van deze merken. Programmamerken die een band opbouwen met relaties via een redactionele context. Customer media dus. Of branded content. Net wat u wilt. De definitie-uitdaging leg ik graag nog eens op uw bordje.
Uiteraard staat u niet in dienst van ons, de mensen uit de praktijk. Of van het SMIN, waarvan ook wij tegenwoordig lid zijn. U moet uw eigen koers varen. Maar het zou zo helpen als u in het eerste interview in een vakblad dat ons soort mensen als héél belangrijk ervaart, wat beter beslagen ten ijs was gekomen. Ons vakblad, de Adformatie, wordt namelijk gelezen door onze opdrachtgevers. Die heeft u niet echt geraakt, vermoed ik.
Een slaapwiegend ‘we moeten iets doen met social media’, lezen deze mensen echt dagelijks.
U hoeft geen visie te hebben op ons vak. Die visie moet bureaus en adverteerders ontwikkelen. U heeft als uitdaging om met name effectonderzoek te doen. Als daar vervolgens aardige conclusies uitkomen zullen wij daar in de praktijk ons voordeel mee doe. Vandaar een pleidooi om toch eens naar die commerciële zenders te kijken.
Alvast bedankt. Hopelijk ontmoeten we elkaar snel eens om over dit onderwerp van gedachten te wisselen.
Met vriendelijke groet,
LVB Networks
Aart Lensink
a.lensink@lvbnetworks.nl
www.twitter.com/aartlensink